|
|
De Algerijns- Franse nobelprijswinnaar voor literatuur Albert Camus stelt dat de hoofdvraag van de
filosofie eigenlijk de vraag is of het leven zin heeft. Eerst moet die vraag beantwoord
worden want al het overige is hieraan ondergeschikt. Mocht het leven zinloos blijken, dan
kunnen we evengoed zelfmoord plegen, zo beweert Camus. Elke dag worden we geconfronteerd met de absurditeit
van het leven, de drukte, de sleur, het zinloos lijden, de vele onrechtvaardigheden. Religies pogen via allerlei
voorschriften de mensen te conditioneren en de zin van het leven te verleggen naar een leven na de dood.
Niet- gelovigen pogen te leven naar de natuur of vinden dat de zingeving ligt in het streven naar
perfectibiliteit. Volgens Camus weten we niet of er een god is en of de wereld een bedoeling heeft. Als dit
zo is wat is dan onze plaats in die wereld? We verkwisten onze energie aan banale dingen en teleurstellingen.
We moeten het leven onder ogen zien in het besef van het absurde ervan.
Camus poneert dat we het leven zo intens mogelijk moeten doorleven in zoveel mogelijke ervaringen. Dit doorleven
draagt het botsen in zich met die zwijgende, lege wereld. Absurd leven is je als mens van die pijnlijke tegenstelling
zo intens mogelijk en zo frequent mogelijk bewust zijn.
De mythe van Sisyfus.
In deze Griekse mythe wordt Sisyfus door Pluto, de god van de onderwereld, teruggestuurd
naar de aarde om zijn vrouw te straffen, die nagelaten had hem te begraven.
Op aarde voelt Sisyfus zich in zijn sas en hij weigert om terug te gaan naar de onderwereld.
De goden brengen hem onder dwang terug. Nadien krijgt hij als straf de taak om een immense
steen naar de top van een berg te brengen. Telkens Sisyfus de top nadert rolt de steen terug
naar beneden. Camus vergelijkt de mythe van Sisyfus met de absurditeit van het leven.
Het leven onder ogen zien in het besef van het absurde ervan is het lot van elke mens.
We besteden en verkwisten onze energie aan triviale dingen en teleurstelligen.
Toch is Sisyfus volgens Camus niet ongelukkig met zijn absurde lot. Uit de absurditeit put hij
net de kracht om te volharden. 'Ook al is er geen hoop, dan dienen we niet te wanhopen.'
Hij trotseert de goden door de kwelling die zij hem opgelegd hebben te
verachten. Die houding maakt hem onverschillig voor de toekomst, hij weigert alle hoop en hij volhardt in
een leven zonder troost.
Sisyfus weet zijn marteling en zinloze werk om te zetten tot een bron van kracht en vreugde.
Zo is hij binnen de beperkingen van zijn bestaan meester van zijn wereld. Het bewustzijn daarvan vormt
zijn kracht, zijn vrijheid, zijn overwinning van het noodlot. Sisyfus is meester van zichzelf.
"Mais Sisyphe enseigne la fidélité supérieure qui nie les dieux et soulève les rochers. Lui aussi juge que tout est bien.
Cet univers désormais sans maître ne lui paraît ni stérile ni futile. Chacun des grains de cette pierre, chaque éclat
minéral de cette montagne pleine de nuit, à lui seul forme un monde. La lutte elle-même vers les sommets suffit à
remplir un cœur d'homme. Il faut imaginer Sisyphe heureux."
De enige duurzame waarden in het leven zijn de socio- affectieve en de broederlijkheid. Het zijn waarden die
niet gehoorzamen aan de wet van het 'marginalisme', dat wil zeggen ze sterven niet af naarmate je er meer van hebt,
zoals dat bij: geld, macht en comsumptie het geval is. De socio- affectieve inbedding van de mens en de broederlijkheid
zorgen voor medemenselijkheid, solidariteit en mededogen; waarden die in onze huidige samenleving zwaar onder druk staan.
Bibliografie:
- 'Le mythe de Sisyphe.'
Albert Camus, ISBN 2 07 032288 2
- 'Wijsheid voor beginners.'
Jos Kessels, ISBN 905352497 5
- 'Een andere geschiedenis van de filosofie.'
Robert Solomon, Kathleen Higgins, ISBN 90 289 2663 1
- 'Leven met gretigheid.'
http://www.uvv.be/uvv5/pub/cante/sterven/pdf/03leven.pdf
|