| |
De profaan aanziet de vrijmetselarij nog dikwijls als een geheim genootschap,
met al wat zulks veelal als bedenkelijk of verdacht inhouden kan. Dergelijke beoordeling houdt
helemaal geen steek. Ieder ontwikkeld mens weet
ongeveer wat vrijmetselarij is en weet wellicht zelfs waar een vrijmetselaarsloge gevestigd is.
In de betere boekhandels en bibliotheken zijn ettelijke naslagwerken over
maçonnerie
en esoterisme te vinden, die de rituelen en de symboliek in detail beschrijven.
Maar zelfs al ken je het ritueel, toch maakt dit weinig uit; vrijmetselarij moet
je vooral beleven. Bekend is trouwens dat verschillende z.g. 'verradersgeschriften'
uitgerekend door vrijmetselaren werden verspreid, teneinde aan de buitenwereld
het doel en de zin van de vrijmetselarij aan te geven. De vermeende geheimen
zijn derhalve bekend en voor iedereen bereikbaar. Meestal weten profanen niet wie er deel van uitmaakt, althans niet met zekerheid.
Aldus doet de vrijmetselarij zich voor als een vereniging die het geheim van het lidmaatschap
tegenover de buitenwereld bewaart: het is dus in de grond geen geheime doch wel een discrete
vereniging.
De maçonnieke zwijgzaamheid vindt haar verklaring, zoals elke sociale regel, in een reeks in
elkaar grijpende redenen van historische, sociologische en psychologische aard.
Geheimhouding is geboden als een zaak van solidariteit, niet enkel om de leden te vrijwaren
tegen aanvallen van buitenuit, doch ook om het recht op privacy van
eenieder te eerbiedigen. Zo is een individueel lid vrij om zich naar de
buitenwereld toe bekend te maken, maar hij moet discreet zijn omtrent het
lidmaatschap van anderen. De vrijmetselarij is een groepsverschijnsel dat volkomend
verschillend is van andere groeperingen die in de sociologie bestudeerd worden.
Ze verschilt eveneens totaal van de actiegroep die ontstaat uit gemeenschappelijke belangen van
allerlei aard (economische, sociale, politieke, culturele) zoals de onderneming, het
syndicaat,
de politieke partij, de wetenschappelijke vereniging of de kunstvereniging.
Over het 'geheim' van de maçonnerie is in het verleden veel te
doen geweest en tot op vandaag blijft het actueel.
In zijn werk 'Oorlog en vrede', geeft Leo Tolstoï op een
treffende manier weer waarover het gaat, wanneer hij de inwijding van
het hoofdpersonage beschrijft.
"Thans moet ik u het hoofddoel van onze orde bekend maken,"
zei hij,
"en indien dit doel samenvalt met het uwe, dan kunt gij met vrucht
toetreden tot onze broederschap.
Het eerste hoofddoel en tevens het fundament van
onze orde, waarop zij rust en dat geen menselijke macht kan omverwerpen, is het
bewaren en aan het nageslacht overleveren van een diep geheim, dat van de vroegste eeuwen, ja zelfs van de
eerste mens tot ons gekomen is, van welk geheim wellicht het lot van het mensdom afhangt.
Maar aangezien dit geheim van zodanige aard is,
dat niemand het kan kennen en kan benutten, wanneer hij zichzelf niet door
langdurige en ijverige loutering heeft voorbereid, kan niet iedereen hopen het spoedig te verwerven.
Vandaar dat wij een tweede doel hebben, hetwelk daarin bestaat, bij onze leden, voor zover
mogelijk, de harten te louteren, het verstand te reinigen en
te verlichten door de middelen, die aan ons overgeleverd zijn door mannen wier
streven gericht was om het zoeken naar dit geheim, en hen hierdoor waardig te
maken zulks te ontvangen. Door onze leden te louteren en
te verbeteren, trachten wij, ten derde, tevens het gehele mensdom te verbeteren,
door onze leden als voorbeeld
te stellen van devotie en deugd, en hierdoor pogen wij met al onze krachten het
kwaad te bestrijden dat in de
wereld heerst".'
Het onbekende trekt onvermijdelijk ook velen aan,
zo stelt de bekende filosoof Karl Popper:
'Een leergierig persoon begeeft zich zo min mogelijk in vertrouwde situaties,
hij zoekt nieuwe vreemde en andere situaties op. Hij doet dit niet uit drang
naar avontuur of om aan de monotonie van het vertrouwde te ontsnappen, maar omdat
hij zich alleen op deze wijze bloot kan stellen aan het geheel andere en omdat de
daarmee gepaarde ervaringen hem rijker en waarachtiger maken.'
Kortom, sociologisch gezien is de maçonnerie een
gezelschap van mannen en vrouwen, samengekomen uit verscheidene richtingen, maar
die in hun verscheidenheid getuigen van een gemeenschappelijk ideaal, namelijk het
streven naar een betere wereld. Voor een buitenstaander is het beslist moeilijk te vatten hoe
de maçonnerie dat streven de juiste vorm en inhoud geeft, dit blijkt ook uit volgend 18de- eeuws rijmpje :
Pour le public un Franc- Maçon
sera toujours un vrai problème
qu'il ne pourra résoudre au fond
qu'en devenant maçon lui-même.
 |