| |
Over de oorsprong van de Vrijmetselarij worden
veel verhalen geschreven, die blijk geven van zeer veel verbeelding. Gepoogd werd om aan onze
inwijdingen een mystiek of magisch karakter toe te schrijven en ons verre en
roemrijke voorzaten toe te kennen. Deze laatsten, ingewijd in 'de kleine en
grote Mysteries', zouden ons geheimen overgeleverd hebben van geslacht tot geslacht zonder onderbreking.
Dikwijls wordt de overeenstemming tussen vrijmetselarij en de broederschappen uit de Middeleeuwen en vooral met deze van de
bouwers van burgerlijke en kerkelijke gebouwen aangehaald. De bespiegelende of speculatieve vrijmetselarij zou aldus onstaan
zijn uit de operatieve vrijmetselarij. Een afdoend bewijs hiervoor ontbreekt evenwel.
De term speculatief verwijst naar de reflectie, het onderzoek en het overdenken van beschouwingen.
De historicus John Hamill belicht in zijn werk getiteld: 'The History of Englisch Freemasonry', diverse aspecten
omtrent de ontstaangeschiedenis.
Sommigen stellen dat de Engelse term 'Freemason' etymologisch verwant is met 'Freestone mason',
de bewerker van de freestone, de zachte kalksteen. Later zou de term verbasterd zijn tot 'Free mason' en tenslotte tot
'Freemason'.
Anderen beweren dat 'Free mason' eerder verwijst naar de vrijheid van meningsuiting. Vast staat dat wie er in de Middeleeuwen,
tot ver na de Nieuwe Tijd, een andere mening op nahield dan de kerk of de regering, het risico liep om
vervolgd te worden. Vandaar dat genootschappen van 'vrije' mensen ontstonden, die in een besloten omgeving en met geestesverwanten
vrij van gedachten konden wisselen. De speculatieve vrijmetselarij ontstond in een tijd waar politiek en godsdienst sterk met
elkaar verweven waren en waarin oppositie voeren of een andere mening er op nahouden onvermijdelijk grote gevolgen had.
Vandaar dat mensen van verschillende overtuiging vergaderden en samen ideeën uitwisselden, in een gemeenschappelijk streven naar
tolerantie en de creatie van een betere wereld. In die tijd was het gebruik van symbolen en allegorieën als didactische methode
heel gewoon. Dit verklaart ook het ontstaan van metaforen, zoals: de oprichting van Salomon's tempel als symbool van de
'Tempel der Mensheid' en de verwijzing naar de 'Opperbouwmeester van het Heelal', teneinde aan iedereen
zijn eigenheid en overtuiging te laten. Het oprichten van een 'Tempel der Mensheid' vereist symbolische bouwstenen, materialen en
werktuigen zodat de symboliek van de metselaarsgilden zich hier uitstekend toe leende.
Het Regius manuscript (1390) en het
Cooke manuscript (1420), zijn de twee oudst bekende documenten
met betrekking tot de bouwgilden. Een document uit 1583 (The Grand Lodge number 1 manuscript), dat lang na de ontbinding van de
gilden ontstaan is, wijkt behoorlijk af van het Regius en het Cooke manuscript. Het is dit document dat het uitgangspunt zal vormen
voor 'The Old Charges', eigen aan de speculatieve vrijmetselarij. Het grote tijdsverschil en het verschil in benadering tussen de
drie basisdocumenten doet vermoeden dat de speculatieve vrijmetselarij zich onafhankelijk van de operatieve ontwikkeld heeft.
De georganiseerde speculatieve vrijmetselarij ontstond op 24 juni 1717 door de fusie van 4 Britse loges die de
'Grand Lodge of England' vormden.
Onder impuls van de Grootmeester John Payne bijgestaan door de Engelse geestelijken Anderson en Desaguliers wordt bij
de aanvang van de 18de eeuw de bespiegelende Vrijmetselarij heringericht op grond van
'Constituties', die onder meer de verplichtingen voor vrijmetselaren vastlegden (The Old Charges); en de
algemene reglementen, die de inrichting en de werking van de Loges regelden. De vrijmetselarij zal zich snel verbreiden op het
continent en in andere werelddelen. Porter schrijft hierover in zijn werk: 'Enlightenment', dat de opkomst van de speculatieve
vrijmetselarij, samen met het ontstaan van andere associatieve gezelschappen, duidelijk een exponent is van de Verlichting.
In de 19de eeuw hebben vrijmetselaren geijverd opdat
ook vrouwen volwaardige leden zouden kunnen worden. Een eerste stap werd gezet
door een lid van 'La Grande Loge Symbolique Ecossaise de France', dat zich de
medewerking van een vrouw, Maria Deraismes, wist te verzekeren. Deze jonge vrouw
beheerde een 'salon' waar vertegenwoordigers van de Liberale democratie
samenkwamen en gaf blijk van hoogstaande intellectuele en morele hoedanigheden.
Pas in 1881 heeft een Franse loge het aangedurfd een precedent te scheppen door
op regelmatige wijze Maria Deraismes in te wijden in aanwezigheid van talrijke
vrijmetselaren. Bijgestaan door een jonge geneesheer George Martin, besloot Maria Deraismes
een gemengde loge op te richten. Dit werd verwezenlijkt te Parijs op 4 april 1893 onder de naam van
'Grande Loge Symbolique Ecossaise Le Droit Humain'.
Martin en Deraismes stelden zich als doel de ontvoogding van de vrouw te bevorderen in het kader van
snel veranderende economische, politieke en sociale structuren. Hun streven was
niet gericht naar de opstelling van een verklaring van de rechten van de vrouw,
maar het was hun wel te doen om een bevestiging van de Rechten van de Mens;
kortom: 'Le Droit Humain.'
Ondertussen bestaan er wereldwijd in 60 landen loges van 'Le Droit Humain.'
In tegenstelling tot andere vrijmetselaarsordes die ofwel uitsluitend mannen of uitsluitend
vrouwen toelaten, is onze orde gemengd. In onze loges beogen mannen en vrouwen, steunend op de idealen van
Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid, de individuele vervolmaking
na te streven en te bouwen aan een betere wereld.
Wilt u iets vragen aan een vrijmetselaar? Ga gerust uw gang.
|