|
|
Net zoals Pythagoras
liet Socrates geen geschreven bronnen na. Veel teksten en dialogen zijn o.a. door
Plato
, Xenophon en Aristoteles
aan ons overgeleverd. Socrates gaat onophoudelijk na of mensen die pretenderen
iets te weten daar daadwerkelijk ook aanspraak kunnen op
maken. Hij is een elenkticus (weerlegger) die continu het bestaan van absolute
kennis ontzenuwt. Zijn methode van vraagstelling wordt
ook wel de maieutiek genoemd (de kunst van de voedvrouw) omdat hij onophoudelijk
poogt om de kennis boven te halen die daadwerkelijk in
ons zit. Aldus haalt hij onbewuste overtuigingen en vooroordelen naar boven en
confronteert ons hiermee. Socrates was tevens een aporetisch
zoeker (zonder tot een oplossing, uitweg of antwoord te komen) naar de absolute
deugd.
De ideale wereld van de vormen bestaat en we kunnen er een glimp van opvangen door na te denken.
In de wiskunde en de meetkunde worden bewijzen en stellingen afgeleid uit tekeningen van
driehoeken op schoolborden. Alhoewel die driehoeken slechts benaderend juist zijn; de lijnen
noch de hoeken zijn perfect, toch laten zij toe om redeneringen op te bouwen voor het
bewijzen van stellingen, die universeel gelden voor alle driehoeken.
Op die manier kan de ideale driehoek, die niet van deze wereld is, toch beschreven worden.
Zo ook is voor Socrates de vraag naar een definitie van de deugd dus het zoeken naar de
meest ideale benadering. Evenzo geldt dit voor de definitie van moed, rechtvaardigheid,
liefde en wijsheid. Iedereen heeft volgens Socrates de opdracht om die ideale benadering
zelf te zoeken.
Kan de deugd onderwezen worden?
Eén van de vragen die Socrates bezighoudt luidt als volgt
: is de deugd iets dat onderwezen kan worden?
En dat onderzoek komt er op neer ons af te vragen:
hebben de goede mensen, zowel die van nu als die van vroeger de kunst verstaan
om die deugd, waarin zij zelf uitmunten, ook aan anderen door te geven? Of is de
deugd integendeel iets dat onmogelijk door te geven is, iets dat de ene mens
onmogelijk van de andere kan ontvangen?
Ik vrees dat de deugd niet te onderwijzen is.
Zonder dat de leiding uitsluitend bij het weten moet berusten. En waarschijnlijk
is het daarlangs dat het ons ontgaat en we niet vatten op welke manier eigenlijk
de mensen goed worden.
Niet dankzij enige vorm van geleerdheid, niet door geleerden te zijn, leiden zulke mensen de
staten. Hun eigen hoedanigheden zelf dankten ze immers niet aan de wetenschap.
Dan kan het nog enkel aan een "goede intuïtie" te danken zijn.
Ik spreek niet als iemand die weet, maar als iemand die vergelijkingen maakt door in
beelden te spreken.
Als we er goed over nagedacht hebben, moet de deugd iets zijn dat de mens noch
van nature bezit, noch door een goddelijke gunst kan verwerven, maar dat hem, in
wie ze aangetroffen wordt, door een goddelijke gunst ten deel valt, zonder dat
het verstand erbij betrokken is.
Volgens Socrates geldt dus: dat alles wat de ratio bedenkt en tot stand brengt, te
onderwijzen is, maar alles wat te maken heeft met ons intuïtieve, normatieve
bewustzijn is dat per definitie niet. In dat geval domineren blijkbaar andere
processen. In die zienswijze zal informatie alleen in die mate het gedrag van
een individu beïnvloeden wanneer hij de betekenis - die deze informatie
persoonlijk voor hem heeft- ondekt.
Geestelijke zwangerschap
Socrates stelde zichzelf graag voor als een vroedvrouw, zijn moeder was dat
trouwens. Door zijn vragen hielp hij zijn leerlingen
tot inzicht komen, bevallen dus. De idee van de geestelijke bevalling heeft
Socrates van zijn leermeesteres Diotima die het volgende zei:
"Zwangerschap komt bij alle mensen voor, zowel lichamelijke als geestelijke en zodra we een
bepaalde leeftijd bereikt hebben, voelt onze natuur een drang tot baren. Daarom
voelt een wezen dat zwanger is, telkens als het in aanraking komt met iets
schoons, zich blij en opgetogen, het bloeit open en baart en brengt voort. Komt
het echter in de nabijheid van het lelijke, dan voelt het zich onbehaaglijk en
bedroefd, het sluit zich op in zichzelf, wendt zich af, rolt zich op, brengt
niet voort, het draagt als een zware last de vrucht die het niet ter wereld wil
laten komen. Vandaar ook bij het wezen dat zwanger is en zwelt van sappen, die
hevige emotie tegenover het schone, omdat de bezitter van die schoonheid dat
wezen van felle barensweeën verlost. Het voorwerp immers van de minne, Socrates,
is niet het schone, zoals gij denkt."
"Wat dan? "
"Het baren en voortbrengen in schoonheid."
Socrates beweerde dat hij zelf geen kennis baarde, maar dat hij anderen hielp om
die ter wereld te brengen. Zo ook poogt de vrijmetselarij via de maçonnieke methode
haar adepten geestelijk zwanger te maken en een boodschap van vrede, vriendschap, mededogen
en broederschap uit te dragen.
Bibliografie:
- Mystagogie. Inwijding in het symbolisch bewustzijn.
Tjeu van den Berk
- Een andere geschiedenis van de filosofie.
Robert Solomon, Kathleen Higgins

[http://www.wenteltrap.be/]
|