Verscheyde stralen komende uyt het lichaem der Zonne
Aantekeningen over Licht en Verlichting.
|
De grote culturele (filosofische, wetenschappelijke) en maatschappelijke (politieke, sociale, economische) beweging in de geschiedenis van West-Europa die als de Verlichting bekend staat, wordt reeds geruime tijd voor het aanbreken van de 18de eeuw voorbereid. Tegen het einde van diezelfde eeuw, wanneer Immanuel Kant zijn beroemde tekst publiceert (Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung, 1784), is de beweging reeds over haar hoogtepunt heen, maar de veranderingen in wereld en maatschappij zullen nooit meer ongedaan kunnen worden gemaakt. In dit opzicht zou men inderdaad zonder schroom kunnen beweren dat de Verlichting het licht in de westerse wereld heeft gebracht. Een van die grote veranderingen is m.i. de sterk toegenomen en a.h.w. geconsolideerde, 'geïnstitutionaliseerde' sociabiliteit die een grotere convivialiteit mogelijk maakt. Het is mijn overtuiging dat de speculatieve vrijmetselarij een van de mooiste en belangrijkste uitingen van deze dialectiek van sociabiliteit en convivialiteit is, en dat ook haar 'ontstaan' in 1717 geen toeval is. Ik wil later graag op deze aspecten ingaan, maar in deze korte bijdrage zou ik eerst graag iets meer over het thema 'licht' zeggen. De filosofie van het licht, zoals die in de Verlichting en eveneens in de speculatieve vrijmetselarij centraal staat, is natuurlijk geen uitvinding van de moderne tijden. Ook in de oudste kosmogonieën en mythologieën duikt het licht op als symbool van kennis, verstand en opstand, maar de combinatie van 'filosofisch' licht en fysisch licht (en de problematisering ervan) is wel typisch voor het einde van de 17de en het begin van de 18de eeuw. Het behoeft geen betoog dat Isaac Newton hierbij een belangrijke rol heeft gespeeld. Het volstaat een passage uit een gedicht van Alexander Pope te citeren om zijn invloed te verklaren:
'Nature, and Nature's Laws lay hid in Night:
Newton (1641-1727), die door zijn leerling en medewerker J.T. Desaguliers, welbekend in de geschiedenis van de speculatieve
vrijmetselarij, werd geprezen als 'the unparallel'd, whose Name/ No Time will wear out of the Book of Fame', zou inderdaad
van enorm belang voor de moderne wetenschap en voor de Verlichting blijken te zijn. Desaguliers schreef deze lovende verzen
in zijn werk The Newtonian System of the World: The Best Model of Government, an Allegorical Poem (1728). Interessant voor
de studie van de vrijmetselarij is de voorstelling van het thema in de vorm van een allegorie, de stijlfiguur die men als
een soort filosofische vergelijking zou kunnen bestempelen. Evenmin te verwaarlozen is de datum van publicatie: het gedicht
verscheen a.h.w. in het kielzog van de Constitutions van Anderson. Maar vooral belangwekkend is de interpretatie van Newtons
fysica als een staatkundig model. Hiermee overschrijdt de visie van Desaguliers de strikt wetenschappelijke grenzen van dit
systeem en transponeert het naar een breed maatschappelijk niveau. Het is een typische uiting van het toenmalige maçonnieke
denken: de vooruitgang van mens en wereld kan immers alleen maar worden bewerkstelligd, wanneer de hypothese wordt getoetst
aan de werkelijkheid. Deze uitwerking van Newtons systeem was evenwel reeds gesuggereerd door de meester zelf.
In zijn 'Opticks' (1704, in latere versies uitgebreid), met name in de 'Queries', de stellingen over de experimentele
wetenschap, had hij zelf het verband gelegd tussen de exacte wetenschappen en de menswetenschappen, meer bepaald de
moraalfilosofie.
De ontwikkeling van deze (voor die tijd revolutionaire) idee staat in nauw verband met het thema 'licht'.
De beschouwingen van Newton over de optica passen perfect in deze context, en het is verleidelijk aan een aantal gebeurtenissen
en verwezenlijkingen een symbolische en zelfs profetische waarde toe te schrijven. Zo verschenen zijn Principia (Philosophiae
Naturalis Principia Mathematica) aan de vooravond van de Glorious Revolution: in 1687. Op dezelfde manier kan zijn studie van
de optische verschijnselen worden gezien als een eerste synthese van het verlichte denken en basis voor de eigenlijke Verlichting.
Het zou trouwens interessant zijn een inventaris op te stellen van alle filosofische en wetenschappelijke werken die voor en
tijdens deze periode rond het 'licht' werden geschreven. Wat daarbij opvalt, is het grote aandeel van Nederlandse denkers,
zoals Peter Balling (Het Licht op de Kandelaar, 1662), Adriaan Koerbagh (Een Licht schynende in Duistere Plaatsen, 1668), en de
wetenschapper Christiaan Huygens (Traité de la Lumière, 1690). Een aantal van deze 'verlichte' geesten werd in die tijd beschouwd
als volgelingen van de man die een omwenteling in het westerse denken teweegbracht en daarom als 'atheïst' werd gebrandmerkt:
Spinoza. (Ook de late achttiende eeuw kende in Nederland een discipel van het kritische licht, met name de marinearts,
wereldreiziger en schrijver Pieter Van Woensel, die leefde van 1747 tot 1808, en tussen 1792 en 1801 een 'almanak' uitgaf, De
Lantaarn. In deze verzameling van losse stukken en essays, die tot het genre van de spectatoriale geschriften behoort,
ontwikkelde hij een vlijmscherpe kritiek op de toenmalige samenleving).
Het woord 'licht' wordt ook een motto in het denken van de Verlichting. Het eerste nummer van de Spectator, een van de
baanbrekende tijdschriften van de vroege achttiende eeuw dat van start ging in 1711, verscheen onder het aan Horatius
(Ars poeticae) ontleende motto: 'Ex fumo dare lucem',
(de duisternis verlichten).
Bibliografie: |