Vrijheid

        

Het derde hoekpunt van de gelijkzijdige driehoek: Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap, is de ons zo dierbare Vrijheid. Het ligt niet in mijn bedoelingen om U een grondige studie van het begrip vrijheid voor te leggen, immers ik weet niet of ik daarin zou slagen; hooguit wil ik enkele bedenkingen kwijt in verband met genoemd onderwerp.
Over de triade vrijheid, gelijkheid, broederschap, schrijft de toondichter Fons Jansen volgende verzen :

De drie gebroeders

Er waren eens drie gebroeders, 't is daarvan dat ik zing.
Ik wil u gaan verhalen hoe dat 't met ze verging.
Ooit hadden ze geleden onder hetzelfde juk.
Nu waren zij gedrieën op weg naar het geluk.
Dat waren Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap.

De Vrijheid die was het rijkste, zoals dat meestal gaat.
Die ging uit angst voor rovers gekleed als een soldaat.
Gelijkheid, daarentegen, die had het niet zo breed.
Die ging dan ook eenvoudig als werkman gekleed.

Maar ja, hoe ging 't nou verder met die Broederschap?

De Vrijheid zei tot Gelijkheid: ik ben nu erg rijk,
en daarom ben ik machtig, dus zijn we niet meer gelijk.
Gelijkheid zei tot Vrijheid: ik wil niet zijn als jij,
want geldzucht voert tot onrecht; dan liever niet meer vrij.

Maar ja, hoe ging 't nou verder met die Broederschap?

Twee broeders gingen twisten, 't werd een handgemeen.
Maar geen van twee kon winnen, toen gingen ze uiteen.
De Vrijheid koos het Westen en heeft het ver gebracht.
En de Gelijkheid koos het Oosten en werd een wereldmacht.

Maar wie heeft er eigenlijk nog iets vernomen van die Broederschap?

Dit profane gedicht maakt ons niettemin duidelijk dat noch de vrijheid, noch de gelijkheid het zonder de broederlijkheid kan stellen en dat ver doorgedreven persoonlijke vrijheid leidt tot ongelijkheid, terwijl het afdwingen van gelijkheid leidt tot onvrijheid. Waarschijnlijk is de broederlijkheid het cement dat vrijheid en gelijkheid harmonieus aan elkaar kan metsen, want wat is vrijheid zonder gelijkheid? Immers, zoals Jacques Roux zegt: " La liberté n'est qu'un vain fantôme quand une classe d'homme peut affamer l'autre impunément." Maar wat is nu die zo gewaardeerde vrijheid? Een definitie formuleren lijkt mij niet gemakkelijk omdat het hier een zeer complex en relatief begrip betreft: vrijheid wordt immers niet overal ter wereld door elke mens op dezelfde wijze ervaren, het dient als symbool plaatselijk door elkeen verschillend ingevuld te worden: voor een gevangene bezit vrijheid een andere betekenis dan voor een clochard, de paus van Rome, de gemiddelde Braziliaan, Ier, Belg of Kosovaar. En toch is vrijheid een universeel begrip, niet alleen in ruimte maar ook in tijd. Inderdaad, hoeveel oorlogen werden er niet gevoerd onder het mom van of in name van de vrijheid? Denk maar aan de Franse Revolutie die in 1789 uitbrak en die de woorden vrijheid, gelijkheid, broederschap hoog in het banier voerde; denk aan de bevrijdingsoorlogen in tal van koloniën of veroverde gebieden; denk aan burgeroorlogen en opstanden van allerlei aard. Denk ook aan al dan niet imaginaire vrijheidshelden zoals Tijl Uilenspiegel, Willem Tell, Zorro, Robin Hood die her en der in de wereld de kop opsteken.

Heel wat godsdiensten pogen de vrijheid en de vrijheidsdrang van de mensen te beknotten; vandaar hun sterk dogmatisch karakter dat mede in stand gehouden wordt door een individuele vrees op bestraffing. Deze godsdiensten dienen meestal de belangen van een minderheidsgroep, die het binnen de kerk of organisatie voor het zeggen heeft. Zo ook in onze Westerse Wereld of dichter bij huis nog, in de ons omringende Europese landen. We kennen allemaal de historische woorden: "Hou ze dom en wij houden ze arm." Gelukkig zijn er verlichte geesten die de mensheid proberen te behoeden voor obscurantisme, fanatisme, vooroordelen en monsterlijke opvattingen. Zo deed zich in de 15e-16e eeuw een voorzichtige ommekeer voor in het wetenschappelijk denken en dit als reactie op het dogmatisch denken van de Middeleeuwen. De moderne wetenschap werd geboren en het principe van het vrij onderzoek, waarbij geponeerd wordt dat de resultaten van een denkproces aan verificatie en weerlegging moeten kunnen onderworpen worden, kende steeds meer aanhang. Namen als Paracelsus, Vesalius, Gilbert, Harvey, Galilei, Copernicus, Newton en vele andere zijn in dit verband zeker niet onbekend. In de 16e eeuw namen Libertijnse denkers als Sebastiaan Castellio en Dirk Coornhert het op tegen vervolging omwille van het geloof. Het beginsel van gewetens- en godsdienstvrijheid was gesticht. Eind 18e - begin 19e eeuw groeiden emancipatiebewegingen voor de vrouw, met het doel deze laatste te bevrijden uit een mannenmaatschappij waarin zij de opgedrongen rol van moeder en echtgenote moest vervullen, en waardoor geen ruimte overbleef voor eigen ontplooiing. In België werd de eerste feministische organisatie opgericht in 1892 door ene Marie Popelin, het betrof de "Ligue Belge du droit des Femmes". We moeten echter wachten tot 1948 vooraleer het actief kiesrecht voor vrouwen verleend wordt. Pas in 1990 werd met de abortuswet de vrouw vrij te beslissen over het al dan niet afdrijven van een ongewenste foetus. In de 19e eeuw werd de vrijheid van drukpers in de Belgische grondwet opgenomen; oorspronkelijk bedoeld om het gebruik van de drukpers, als efficiënt middel tot uitbreiding van de kennis te bevorderen. Thans beschouwt men ook het recht op vrije meningsvorming en -uiting als element van de persvrijheid. Hoewel reeds eeuwen geijverd wordt voor het afschaffen van de slavernij hebben de Westerse mogendheden pas in 1890 de zogenaamde General Act van Brussel ondertekend, waarin slavernij en slavenhandel beschouwd worden als misdrijven tegen de mensheid. Dit betekent nog niet dat alle vormen van gedwongen arbeid uit de wereld gebannen zijn.

Gereedschap

Een klassiek geworden opvatting over vrijheid in de filosofie bestaat erin een onderscheid te maken tussen negatieve en positieve vrijheid. Een definitie van negatieve vrijheid werd voor het eerst in de 18e eeuw expliciet geformuleerd als zijnde het domein waarbinnen iemand ongestoord door anderen dat kan doen of zijn wat in zijn vermogen ligt; hoe groter dit domein, hoe groter zijn negatieve vrijheid. Politiek vertaald betekent dit vrijwaring van overheidsbemoeiing in het privé-leven van elk individu. Duidelijk is het dat deze negatieve vrijheid niet onbeperkt kan zijn omdat dan de paradoxale situatie zou ontstaan waarin alle mensen zich naar hartelust met alle andere mensen zouden kunnen bemoeien. Dergelijke vrijheid zou bijgevolg tot maatschappelijke chaos leiden.
Bij positieve vrijheid daarentegen gaat het om de mate waarin iemand meester is over zijn eigen bestaan, om de mate waarin iemand zelfstandig en weloverwogen richting geeft aan zijn leven. De politieke vertaling wordt hier gevormd door de democratie: de mogelijkheid voor individuen om samen met degenen waarmee zij een gemeenschap vormen, richting te geven aan hun samenleving. Duidelijk is hier dat de vraag naar de bron van machtsuitoefening moet onderscheiden worden van de vraag naar de begrenzing van machtsuitoefening, zoniet dreigt het streven naar positieve vrijheid te ontsporen in staatsterreur.
Ik denk dat we moeten ijveren voor een maatschappijstructuur waarin naast elkaar plaats is voor negatieve én voor positieve vrijheid. De vraag stelt zich echter binnen welke grenzen deze twee vrijheden moeten afgebakend worden om te komen tot een harmonisch geheel.

We zouden ons de vraag kunnen stellen als er naast positieve en negatieve vrijheid ook een vorm van absolute vrijheid bestaat en wat deze eventueel inhoudt.  Platagenet antwoordt hierop in zijn "Causeries initiatiques pour le travail en Loge d'apprentis" het volgende: - ik ben zo vrij geweest de eigenlijke tekst te vertalen- " Vrijheid is de concretisering van de transcendente beschouwing van een absoluut begrip
waarbij alle mensen, in volle ontplooiing van hun menselijkheid, samenleven in een universele republiek zonder enige andere wet dan hun geweten en zonder andere betrachting dan het geluk van elkeen". Indien ik het goed begrepen heb zou dit dus betekenen dat er in deze ideale republiek harmonie zou heersen door anarchie. Wellicht zal er een eeuwige wisselwerking tussen de tegenstellingen vrijheid en onvrijheid noodzakelijk zijn om te groeien naar dé Mens die zijn plaats zal vinden in deze ideale republiek. Er zal ontegensprekelijk nog heel wat moeten gekapt worden aan de individuele stenen vooraleer elk van ons zich in de beoogde gewetenstoestand zal bevinden. Ik ben er echter van overtuigd dat we geenszins de moed mogen opgeven en dat we verder moeten blijven bouwen aan onze tempel. Mensen hebben in de verschillende culturen heel wat gemeen; ze delen fundamentele waarden en het moet mogelijk zijn om normatieve uitspraken en inzichten, gebaseerd op deze gedeelde uitgangspunten te formuleren. Naar verluidt zouden Venezuelaanse Indianen, de Piaroas, erin slagen om in anarchie samen te leven. Vanzelfsprekend speelt de opvoeding van jongeren in dit verband een primordiale rol. Mijn inziens kan enkel een pluralistische, open aanpak doeltreffend zijn. Helaas, zegt Plantagenet, is hetgeen wij vandaag, op sociaal vlak, vrijheid noemen slechts een dun afkooksel van de ideale voorstelling, waarmee de mensen nochtans genoegen nemen. Hij verwijst hierbij naar volgende verzen:

Ils veulent des soldats, des juges, des polices,
et rassurés par l'ordre aux solides étaux,
ils regardent grouiller au vivier de leurs vices,
les sept vipères d'or des péchés capitaux.

Nadat de profaan voor zijn inwijding op de tempelpoort heeft aangeklopt, vraagt de Voorzittend Meester:" Wie klopt er op deze wijze op de tempelpoort?" De keurmeester antwoordt: " Het zijn vrije en rechtschapen mensen, die vragen om ingewijd te worden als Leerling- Vrijmetselaar."
Hoe dient het woord "vrij" hier geïnterpreteerd te worden, welke vrijheid zoeken wij in de vrijmetselarij indien wij vooraf reeds vrij waren?
Volgens Van Dishoeck zet de vrijmetselarij zich in voor de vrijheid van de mens, maar wenst hij voor alles de mens zoveel mogelijk vrij te zien van zichzelf. Hij acht het niet aanvaardbaar dat iemand op alle hoeken en pleinen predikt dat de mens vrij moet zijn terwijl de prediker slaaf is van zichzelf. Voor een vrijmetselaar, die naar mijn mening veelal een zeer gevoelig mens is, is dit uiteraard geen gemakkelijke opdracht.
Misschien is dit de reden waarom ik het als leerling zo zwaar heb, misschien is dit wel één van de redenen waarom ik altijd leerling zal blijven.
Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om alle broeders en zusters en in het bijzonder mijn meters te danken voor de steun die zij mij de voorbije jaren in dit verband gegeven hebben; want ik ben ervan overtuigd dat het belangrijk is om jezelf te kunnen losmaken van je eigen gevoelswereld, niet alleen om beter inzicht te krijgen in eigen handelen en eigen beperktheden en je zodoende rationeler en minder kwetsbaar te kunnen opstellen, maar ook om levenswaarden beter te kunnen inschatten en eventueel te relativeren.

Man

Breng ook een bezoek aan de Achtbare Loge Liberté.


bar

[http://www.wenteltrap.be/]